De opkomst en teloorgang van het Verenigd Koninkrijk Der Nederlanden in de periode 1805 en 1840
Lezing door Thieu Wieërs op 24-01-2017.

Onder deze titel hield Thieu Wieërs  uit Geistingen een inleiding voor de leden van de Heemkundevereniging Nederweert op 24 januari 2017. Het was een druk bezochte vergadering en de verwachtingen waren hoog gespannen. Immers de inleider was bestuurslid van de "Geschied- en heemkundige kring het land van Thorn" en redacteur van het tijdschrift "de Kroetwes". Ook publiceerde hij over de Bokkenrijders in het Maasland, boerderij Haegerhof te Geistingen, soldaten van Napoleon en andere. Dus zeer deskundig.

 

Tekst: H. Hermans foto spreker: T. Geuns

De opkomst van het Verenigd Koninkrijk.

In 1805 ( toen Napoleon nog heerste in West Europa) spraken Engeland en Rusland al af dat tzt Noord en Zuid Nederland zouden worden verenigd onder Koning Willem I. Als dan in 1813 Napoleon de Slag bij Leipzig verliest is het zover. Bij het Congres van Wenen wordt de kaart van Europa op nieuw getekend. Op 30 november 1813 wordt Koning Willem I op het stand van Scheveningen ingehaald als de nieuwe koning. Nederland was een federatieve staat en werd nu een door de koning geleide centralistische staat. Echter Napoleon ontsnapt van Elba en komt terug. Maar niet voor lange tijd. Op 18 juni 1815 vindt de slag bij Waterloo plaats en is Napoleon definitief verslagen. Engeland zorgt ervoor dat de Noordelijke en de  Zuidelijke Nederlanden een staat wordt, als buffer tegen Frankrijk. Koning Willem I was het daar zeer mee eens en wilde ook een sterk land. Hij wilde zelfs de grens van zijn koninkrijk leggen bij de Moezel en de Rijn, dus ook een stuk van Duitsland erbij. Dat ging Engeland te ver. Er kwam een parlement dat om en om voor 1 jaar vergaderde in Den Haag en in Brussel. Het bestond uit 110 personen, 55 uit Noord ( 40% van de inwoners) en 55 uit Zuid Nederland ( 60% van de inwoners).  Er komt een nieuwe grondwet, waar Noord voor is en Zuid tegen. Via "Hollands rekenen" wordt de grondwet toch aangenomen. De niet aanwezigen worden geacht te hebben voorgestemd.

 

Weerstand.

In de Zuidelijke Nederlanden kwam daarna steeds meer weerstand tegen de "protestante" koning Willem I. Op economisch gebied heeft hij veel zaken ontwikkeld vooral ook in Zuid Nederland. Ontwikkeling van de haven van Antwerpen, aanleg van kanalen ( Zuid Willemsvaart) en wegen, oprichting 3 universiteiten en de industrialisatie van Luik en Gent. Maar de weerstand nam toe vanwege de belasting op vlees en meel. Ook had de koning taalgelijkheid ingesteld waardoor men in Brussel frans kon blijven spreken terwijl veel Belgen dat niet verstonden. Een ander punt van wrevel was dat maar 1/6 van de officieren in het leger uit Zuiden kwam en maar ¼ van de ministers uit het zuiden.

 

Crisis van 1829.

Het jaar 1829 was een crisis jaar. De oogsten mislukte waardoor er grote armoede ontstond. In Frankrijk ontstond in juli 1830 een revolutie die oversloeg naar Brussel. Dit resulteerde in de oproer in september 1830 in Brussel. Belgie, Luxemburg en Nederlands Limburg verklaarde zich onafhankelijk.  Onder druk van de Engelse en Franse politiek beperkte zich de militaire ingreep van Koning Willem I tot een tiendaagse veldtocht in augustus 1831. Veel soldaten uit Nederland ( Limburg , Brabant en het katholieke Twente) sluiten zich aan bij de zuidelijke troepen. Koning Willem I komt steeds meer alleen te staan.  Inmiddels had in april 1831 de conferentie van Londen plaatsgevonden waarbij Belgie als staat wordt erkent.

 

Afscheiding.

Koning Willem I krijgt de Staatse gebieden van voor 1790 en Limburg wordt in twee stukken verdeeld. Nederland wijst dit verdrag af en dan ontstaat er een status quo tot 1839. Door gemeenten in Limburg werden toen overal petities opgesteld en door de inwoners getekend om ingedeeld te worden bij Belgie. Pas in 1839 accepteerde de koning de situatie en werd de grens vastgesteld. De schulden groeide hem boven het hoofd en hij moest de situatie wel accepteren.  

 

Vaststellen grens.

Er werd in 1839 een grens vastgesteld die vrij globaal was. Zo werd vanaf de Maas bij Thorn een rechte lijn getrokken naar Budel. Er komt een grenscommissie die een en ander definitief moet regelen. Het duurde nog tot 1843 toen bij het verdrag van Maastricht de grens definitief werd geregeld. Zo was er veel discussie over de bocht bij Maastricht. Verder was bepaald dat "Beersel" naar Belgie ging, maar er waren meerdere gehuchten met de naam Beersel. Bij Stramproy zou de grens komen bij Bergeroth, echter Stramproy zou dan volledig in Belgie komen te liggen en dat wilde Nederland niet. Na veel onderhandelingen kwam er een zeer grillige grens tot stand die gemarkeerd werd dmv 388 grenspalen (Van Vaals tot aan de kust in het Zwin).

Dan ontstaat het probleem wie krijgt of wil welke nationaliteit? Verder hadden veel Limburgers die waren "overgelopen" naar Belgie in de strijd in 1831 een probleem bij trouwen. Die konden geen bewijs overleggen van "voldaan hebbende aan de militaire dienstplicht" en konden daardoor niet trouwen. Pieter Winkelmolen uit Grathem loste dat op door met zijn bruid tijdelijk in Kesenich te gaan wonen en daar voor "de wet" te trouwen. Enkele dagen daarna huwt hij voor de kerk in Baexem waar hij gaat wonen.

Ondergetekende heeft ook een soortgelijk probleem gezien bij de afwikkeling van de onteigening van de Roeventerwaerdtmolen in Nederweert. In 1831 had de eigenaar het beroep in Luik verloren tegen de onteigening en in augustus 1931 zou hij en de pachter de schadeloosstelling krijgen. Omdat hij het met de gang van zaken niet eens was en het schrijven dat hij ontving niet geheel correct was, weigerde hij het bedrag in ontvangst te nemen. Toen brak de opstand uit en kwamen alle betalingen stil te liggen zowel de eigenaar als de pachter moesten toen nog tot 1840 wachten voordat de betalingen werden hervat.

 

Nog veel relaties.

Ondanks de scheiding tussen de twee Limburgen was er over en weer nog veel invloed. Zo was de franc nog lang het reken en betaalmiddel in Nederlands Limburg. Ook gingen er nog velen studeren in Leuven. Meisjes bleven een betrekking zoeken als dienstmeid in Brussel of Antwerpen. Langzaam kwam er wel een verdere verwijdering tussen de Limburgen die nog werd versneld door de "dodendraad" in WO I. Hierdoor was een aantal jaren totaal geen verkeer mogelijk. Dit heeft de scheiding versneld.

 

Grootste fout.

Burgemeester van Leuven, Louis Tobback, heeft eens gezegd; De afscheiding van Belgie van Nederland is de grootste fout die we in de geschiedenis gemaakt hebben en velen in Vlaanderen zijn het met hem eens, aldus Thieu Wieërs.